Mijnenveld of Personal Data Stores?
Geen komkommernieuws nu, zo met Japan, het achterlaten van een helikopter in de woestijn zonder verwijderingsbijdrage, een burgeroorlog in Libië. Eigenlijk het hele Midden-Oosten is in rep en roer; Bahrein, Jemen, Syrië en Jordanië. En dat wordt voor een deel toegeschreven aan de sociale media http://cima.ned.org/publications/social-media-arab-world-leading-uprisings-2011.
Overigens anderen noemen het internet of beter gezegd het World Wide Web een mooie ontwikkeling maar direct de grootste “spying machine”die er bestaat. Het grootste sociale medium, Facebook, heeft inmiddels meer dan 500 miljoen gebruikers. Reden voor Mark Zuckerberg om te roepen, dat het succes van Facebook aangeeft dat privacy geen issue meer is. Waarom zegt Mark Zuckerberg dat? Omdat de gebruiker die content op Facebook zet, Facebook direct mede-eigenaar van die content maakt.
Juridisch ziet het er als volgt uit: you grant us a non-exclusive, transferable, sub-licensable, royalty-free, worldwide license to use any IP content that you post on or in connection with Facebook (“IP License”).
Dit staat in de gebruikersvoorwaarden die natuurlijk te saai zijn om te lezen en daarom vrijwel nooit (vooraf) bekeken worden. Wat betekent dit? De tijd zal leren hoever het mede-eigenaarschap zal worden ge-exploiteerd, maar de commerciële stakeholders in Facebook zullen zeker voor druk zorgen om de grenzen die de overheid en uiteindelijk de consument toelaten op te zoeken. En Facebook is natuurlijk de enige niet. Waar de ouderwetse brief zelfs beschermd wordt door de grondwet (http://wetboek.net/lexicon/briefgeheim.html), scant Google volledig de inhoud van je gmail.
De kwestie of het internet de macht terug geeft aan de burger en de consument is niet eenduidig want we geven veel informatie en daarmee macht weer uit handen aan derden, direct of indirect. De commerciële trend is duidelijk te volgen. Hoe rijker het profiel van de consument des te aantrekkelijker die wordt voor commerciële boodschappen. Een rijk profiel maakt het met scherp schieten mogelijk en dat verlangt de adverteerder, moe van het hagel dat deze in het verleden afgevuurd heeft. In de meeste business modellen op het web betaalt de adverteerder en niet de gebruiker. Aangezien de betaler bepaalt, is de druk naar de grenzen van toelaatbaarheid groot. Die grenzen zijn overigens duidelijk verschillend in Amerika en Europa. De consument in Amerika vertrouwt de grote bedrijven meer dan de overheid en in ons oude continent is dat precies andersom. De grote spelers op het internet zijn voor het grootste gedeelte Amerikaans en de botsing met onze opvattingen over privacy is vrijwel een logische. Europa maakt zich ongerust en zoekt naar oplossingen en regelgeving.
De commerciële partijen betogen dat gratis voor gebruikers een prijs heeft en als die niet betaald wordt in natura (toegang tot data van de consument) dat dan heel veel diensten niet of niet meer gratis verkrijgbaar zijn. Facebook zou nog geen 5 miljoen gebruikers hebben mogen verwelkomen als je om te starten een fee zou hebben moeten betalen. Dit is nog eens overtuigend betoogd door Chris Anderson in zijn boek Free. Toch wil Brussel paal en perk stellen aan het ongebreidelde gebruik van data van de consument. Onze eigen Jacob Kohnstamm van het CPB (college bescherming persoonsgegevens) meldde dat data van de gemiddelde Nederlander in 2500 databases staat opgeslagen zonder dat die weet welke dat zijn. Deze privacy-kwestie blokkeert het EPD (electronisch patientendossier), omdat in geen enkele oplossing de patiënt beheerder en eigenaar is van haar eigen data.
Zo komt een weeffout in het World Wide Web bovendrijven, het is niet gebouwd rondom de gebruiker maar rondom bedrijven die wat willen aanbieden aan de consument. Het maximale wat je krijgen kunt is toegang tot je data met een gebruikersnaam en een wachtwoord, maar beheer en hergebruik is onmogelijk. Er is een wereld ontstaan van talloze mijndomeinen waar de consument (of welke hoedanigheid van belanghebbende dan ook) haar data dient achter te laten maar wel geacht wordt ze bij te houden. Die mijndomeinen praten uiteraard niet met elkaar dus het wordt steeds onoverzichtelijker en tijdrovender voor de consument. Ik heb zelf eens geteld hoeveel mijndomeinen ik, al dan niet actief, gebruik, het zijn er inmiddels 148, een echt mijnenveld dus! Dat deze situatie niet zo ongebreideld kan doorgroeien is voor velen al duidelijk. De contouren van een nieuwe trend zijn al zichtbaar: Personal Data Stores! De consument wil haar eigen data (terug). Op een Amerikaanse site staat een mooi overzicht: http://hub.personaldataecosystem.org/ . Op linkedin hebben we dan ook maar een Group Personal Data Stores opgestart: http://www.linkedin.com/groups/Personal-Data-Stores-3759878?mostPopular=&gid=3759878.





